jurisprudentie Chavez-arrest

Op deze pagina houden wij de jurisprudentie bij die ontwikkelt naar aanleiding van het arrest Chavez-Vilchez van 10 mei 2017. Updates worden chronologisch geplaatst, de meest recente uitspraak staat bovenaan.

14 juli 2017: Voorlopige voorzieningen Centrale Raad van Beroep

> ECLI:NL:CRVB:2017:2420
> ECLI:NL:CRVB:2017:2422
> ECLI:NL:CRVB:2017:2423

De Centrale Raad van Beroep heeft op 14 juli 2017 drie verzoeken om voorlopige voorziening toegewezen in zaken over bijstand en kinderbijslag, in het licht van het arrest Chavez-Vilchez:

"4.2 (...) Mede gelet hierop acht de voorzieningenrechter het door verzoeksters gestelde financiële belang thans op zichzelf voldoende spoedeisend. In dit geval is sprake van een gezin met jonge schoolgaande kinderen dat al jaren moet leven van een inkomen onder het minimum en verblijven in een instelling van Cordaan. (...).
4.6 (...) Verzoekster 2 en 3 zijn Nederlandse kinderen die onder ouderlijk gezag staan van verzoekster 1, met haar samenwonen en geheel van haar afhankelijk zijn. Zij bevinden zich gelet op wat onder 2.2 is weergegeven naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter onmiskenbaar in een situatie als bedoeld in de in 4.4 genoemde arresten. Deze duidelijke situatie maakt het, ondanks enige twijfels over de nationaliteit van verzoekster, zeer waarschijnlijk dat aan verzoekster 1 een van verzoeksters 2 en 3 afgeleid verblijfsrecht toekomt.
4.7.1 Met name het belang van de opvoeding en ontwikkeling van verzoeksters 2 en 3 weegt daarom thans zwaarder dan het belang van het college en de Svb (...).

11 juli 2017: Voorlopige voorziening Rechtbank Noord-Holland, zittingsplaats Alkmaar

Ongepubliceerd, klik hier om uitspraak te downloaden 

"6.3 (...) voldoende aannemelijk is dat verzoekster de gelegenheid moet krijgen om een bestaan hier op te bouwen voor zichzelf en haar zoon, waarbij zij haar zoon een plek kan bieden om zich in een veilige omgeving te ontwikkelen en op te groeien. Vooralsnog is niet komen vast te staan dat een gezinsopvanglocatie een dergelijke plek kan zijn, zelfs niet als het verblijf daar tijdelijk zou zijn. Verblijf in een dergelijke locatie zou immers betekenen dat verzoekster onderworpen zou worden aan een vriiheidsbeperkende maatregel, waar feitelijk haar Nederlandse kind ook door getroffen zou worden. In de jurisprudentie is al eens uitgemaakt dat een gezinsopvanglocatie niet is bedoeld voor Nederlandse kinderen, alsmede dat er een gebrek aan voldoende privacy en nachtrust is en dat er in vergelijking tot een normale woon- of verblijfsituatie onrust is in een gezinsopvanglocatie, ook's nachts (ECLI:NL:RBDHA:2014:12171). Een gezinsopvanglocatie volsta¿t daarom naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter niet als locatie om verzoekster en haar baby te laten verblijven in afwachting van het onderzoek op grond van de Wmo. Dit betekent dat voorshands aannemelijk is dat verweerder aan verzoekers een tijdelijke maatwerkvoorziening zal dienen te verstrekken."

27 juni 2017: Voorlopige voorziening Rechtbank Den Haag

> Ongepubliceerd, klik hier om uitspraak te downloaden

"7. (...) In de situatie van verzoekster en David wordt voldaan aan het criterium uit het arrest Chavez Vilchez. Het is duidelijk niet in het belang van David, gelet op zijn leeftijd en affectieve relatie met zijn moeder, om nu van haar gescheiden te worden. De eerdere besluitvorming op grond van het Ruiz Zambrano-criterium kan thans geen stand meer houden."

22 juni 2017: Voorlopige voorziening Rechtbank Noord-Holland, zittingsplaats Alkmaar

Ongepubliceerd, klik hier om uitspraak te downloaden

"5.3 In het licht van alle omstandigheden acht de voorzieningenrechter het voorshands voldoende aannemelijk dat de afhankelijkheidsrelatie tussen verzoekster en de kinderen zodanig is dat het niet toekennen van een afgeleid verblijfsrecht aan verzoekster ertoe zal leiden dat de kinderen er feitelijk toe gedwongen worden hun moeder naar haar land van herkomst te volgen en daarmee de EU zullen moeten verlaten. Het voorgaande brengt de voorzieningenrechter tot het voorlopige oordeel dat de beroepsprocedure een redelijke kans van slagen heeft. Gelet hierop dient het belang van verzoekster bij het verkrijgen van meer financiële middelen ter ondersteuning van de ontwikkeling en opvoeding van haar kinderen zwaarder te wegen dan het belang van verweerder bij het afwijzen van de gevraagde voorziening omdat het gezien de financiële situatie van eiseres aannemelijk is dat zij de ontvangen kinderbijslag niet kan terugbetalen wanneer in beroep komt vast te staan dat zij daar geen recht op heeft"

10 mei 2017: Arrest Chavez-Vilchez

> ECLI:EU:C:2017:354

"(...) voor de beoordeling of een kind, burger van de Europese Unie, genoopt zou zijn het grondgebied van de Unie in zijn geheel te verlaten en hem dus het effectieve genot van de essentie van de rechten die dat artikel hem verleent zal worden ontzegd indien aan zijn ouder, onderdaan van een derde land, een verblijfsrecht in de betrokken lidstaat werd geweigerd, de omstandigheid dat de andere ouder, burger van de Unie, daadwerkelijk alleen de dagelijkse daadwerkelijke zorg voor het kind kan en wil dragen, een gegeven vormt dat relevant is, maar dat niet volstaat om te kunnen vaststellen dat er tussen de ouder die onderdaan van een derde land is en het kind niet een zodanige afhankelijkheidsverhouding bestaat dat het kind in geval van een dergelijke weigering het grondgebied van de Unie zou moeten verlaten. Om tot een dergelijke vaststelling te komen moeten, in het hogere belang van het kind, alle betrokken omstandigheden in de beschouwing worden betrokken, meer in het bijzonder de leeftijd van het kind, zijn lichamelijke en emotionele ontwikkeling, de mate van zijn affectieve relatie zowel met de ouder die burger van de Unie is als met de ouder die onderdaan van een derde land is, evenals het risico dat voor het evenwicht van het kind zou ontstaan indien het van deze laatste ouder zou worden gescheiden."